Door Kim Holla
WAGENINGEN, donderdag – Een mengeling van ballads en uptempo, van eenzaam en groots, van klassiek en volksmuziek. Het soloconcert Etude Feminine van Edith Leerkes, vaste gitariste van Herman van Veen, valt beter samen te vatten als een muzikale ode aan haar dierbaren. Leerkes wist elke relatie met haar familieleden of naaste vrienden te vangen in gitaarakkoorden voor veertien verschillende eigen composities.
Voor een uitverkochte kleine zaal van theater Junushoff in Wageningen speelt Leerkes op blote voeten en dikwijls met gesloten ogen, om deze na elk lied pas weer te openen als ze ietwat onzeker haar applaus in ontvangst neemt. Korte anekdotes over haar zigeuner-moeder, de opvattingen van haar vader, het in slaap vallen van haar dochter en haar eerste liefde (“Hij was artiest, koorddanser. Bij hem verloor ook ík mijn evenwicht”) leiden de muziekstukken in. Etude de Feminine is ook ondertitel van ‘Chanson de Daniël’, wat ze schreef “als muziekstuk dat Chopin nooit voor snaarinstrumenten heeft geproduceerd”. Een mooie klassieke compositie met veel herkenbare Frédéric Chopin-elementen, waarbij Leerkes persoonlijk de vertaalslag van piano naar gitaar heeft gemaakt.
Ook Leerkes’ bekendste composities ‘Niños’ en ‘Tango der Verandering’ passeren de revue. Nederlandse zang wordt afgewisseld met Engels, Duits en Spaans, maar even vaak spreken de klanken van de gitaar al voor zich. Afwisseling genoeg dus, waarbij zelfs een uitstapje naar de cello wordt gemaakt. 80 minuten lang laat een indrukwekkende Edith Leerkes zichzelf van haar beste kant zien. Solo, maar als eerbetoon aan haar naasten,
dus niet alleen.
Edith Leerkes’ solotournee is nog tot en met 3 april in verschillende Nederlandse theaters te zien.
De Stentor, 11-01-2010
Edith intiem met Franz en Hermano
Elisabeth was een vrouw in hart en buik, zegt Edith Leerkes. Elisabeth was haar moeder. Dochter Edith verklaart haar liefde voor die mooie vrouw met die donkere blik in muziek.
Staand, met de knieën licht gebogen, speelt ze voor haar moeder: rauw en gevoelig tegelijk. Alsof ze meteen ook het vernis van de klassieke muziek wil halen. Daarmee is de gitariste de ideale gast voor de eerste aflevering van Concertcafé in Zwolle.
Edith Leerkes komt uit de voorhoede van de Nederlandse gitaargezelschappen en begeleidt nu al een jaar of vijftien Herman van Veen. Zoals ze op haar eerste solo-cd haar moeder met een compositie vereeuwigt, zo is het openingslied voor Herman: Hermano. Vrij naar Margaretha Vasalis vindt ze woorden voor haar relatie met de zoete zanger. En jawel, die ovalen O van de maestro klinkt ook bij haar: als ze spreekt én als ze speelt. Ze laat een fragment horen uit het laatste strijkkwintet van Franz Schubert. Op de achtergrond het getekende portret van de componist. Frappant hoe zijn oogopslag samenvalt met die van de zanger. En als de klank in het strijkkwintet van bijna bulderend naar fluisterend gaat, is het niet moeilijk te begrijpen waarom Herman van Veen zo naar Schubert zoekt.
Fascinerende vrouw, die Edith Leerkes. Door de ongedwongen combinatie van muziek en gesprek komt ze dichtbij in dit Concertcafé. Je ziet dat ze heeft geleefd, je hoort haar vertellen over de reis die ze maakt, je wordt geraakt door haar spel, dat even onstuimig als intiem kan zijn. Zo teder als ze soms begeleidt, verwacht je een uitgesproken vrouwelijke gitariste, maar Leerkes kan ook heel mannelijk spelen. En aan diepte geen gebrek.
Luister naar Sommer im August, een gedicht dat in 1942 in een Duits werkkamp werd geschreven door de jonge Selma Meerbaum Eisinger. Dit joodse meisje kwam om in het kamp maar liet een schat aan gedichten na. Edith Leerkes heeft het tragische verhaal zelf niet nodig. Zo dwingend en tegelijk subtiel als zij de verlangens van een jonge vrouw in muziek vertaalt, daar word je stil van.
Luister
April/mei 2008
Heaven
Maart/april 2008
Opzij
Januari 2008
2007
Klassieke Zaken
Nummer 6, November 2007
